26 mei 2008

Openingswoord boekhandel De Balustrade (vrijdag 23 mei 2008)

Dames en heren,

Het is mij een eer en genoegen om hier iets te mogen zeggen - bij de officiële opening van boekhandel De Balustrade van Folco de Jong en Christine Bosch.
Een unieke gebeurtenis, kunnen we wel zeggen, want een nieuwe boekwinkel in Rotterdam – dat is toch zoiets als de zeldzame geboorte van een ijsbeertje in Blijdorp.
Baby- ijsbeertjes worden nog wel eens door hun moeder opgegeten –de moeder ruikt en snuffelt eens wat aan het diertje, ze weet misschien niet eens dat het haar eigen kind is, en ze denkt: lekker hapje, beetje klein, maar wel mals. En slokslok, daar gaat de kleine. Zo ongeveer heeft een grote boekwinkelketen een paar kleine boekwinkels in deze stad verslonden. Gelukkig is hier, heb ik het vermoeden, op de achtergrond een moeder aanwezig die haar jongen liefdevol verzorgt.
Maar toch. Desalniettemin. Een boekhandel in de Grote Visserijstraat – ik heb het horen zeggen en ik heb het eerlijk gezegd zelf ook wel gedacht: kan dat eigenlijk wel?
Dat is toch zoiets als een slijterij in Mekka beginnen. De Grote Visserijstraat en omgeving – daar wonen toch alleen maar ongeletterde allochtonen.
Over het boek in het algemeen, over het kopen van boeken, het overweldigende aanbod, de bestsellers en de winkeldochters, de plaats van handel, etc. etc. is al veel gezegd. Er wordt al heel lang gesproken over ontlezing, over minder aandacht voor het boek.
Eerst was het de radio, toen de televisie en daarna internet dat de ontlezing zou bevorderen.
Het begon eigenlijk al met de uitvinding van de fiets. Op zondag 3 december 1893 noteerde Edmond de Concourt in zijn beroemde dagboek: ‘Bij [uitgever] Plon zei iemand een dezer dagen dat de opkomst van de fiets een eind zou maken aan de verkoop van boeken, in de eerste plaats vanwege de prijs van het trapkarretje, en vervolgens vanwege de tijd die het wielrijden de mensen kost, waardoor ze niets meer overhouden om te lezen.’
Lang geleden, dames en heren, in de jaren zeventig, heb ik zelf met twee vrienden korte tijd een boekwinkel gehad, de poëziewinkel Woutertje Pieterse, in de Mauritsstraat, een zijstraat van de Oude Binnenweg. Andere tijd, andere omstandigheden. Mijn oudste zuster had ons haar afgedankte koelkast geschonken. Daar kon veel drank in. Er kwam veel volk langs, om te praten, te lezen en te schaken. Gezellig voor ons en voor de winkel, desastreus voor de handel.
Al gauw bleek dat wij alle drie geen verstand van zaken hadden. Er moest namelijk ook een boekhouding worden bijgehouden. De kas moest kloppen zogezegd. En dat lukte niet altijd.
Het ging niet om grote bedragen, maar boekhouders zijn nu eenmaal even precies met cijfers als dichters met woorden. We kochten zelf wel eens een boek uit de eigen voorraad, op rekening, daar werd dan een schuldbekentenis voor geschreven die in de kleine kas werd opgeborgen. Dat was zo’n klein, metalen kistje. een geldkistje, in de folders van Blokker heet dat tegenwoordig een safe-box.
Op een dag was dat kistje verdwenen. De nacht tevoren had Woutertje Pieterse bezoek gehad van de dichter en schrijver Cornelis Bastiaan Vaandrager (van wie u nu en hier in De Balustrade de prachtig uitgevoerde “Verzamelde gedichten” onder de titel Made in Rotterdam, kunt aanschaffen. Maar dit terzijde)
Hij was binnengekomen door de grote winkelruit aan diggelen te slaan. Op de vraag van een toevallige passant wat meneer daar deed, zei hij: “Ik zoek mijn contactlenzen”
In ieder geval heeft hij toen dat kistje met onze schuldbekentenissen meegenomen. En daar hebben we toen verder maar over gezwegen.
Het antwoord op de vraag of je een boekwinkel in de grote Visserijstraat kunt beginnen, hoef ik niet te geven. Dat is bij deze gedaan door Folco en Christine. U staat er als het ware middenin, in het antwoord.
Als we om ons heen kijken, naar deze prachtige boekwinkel, dan moet het lukken. Het is u natuurlijk al opgevallen dat met deze boekhandel iets bijzonders aan de hand is. Je verwacht allemaal planken, over alle muren, in de volle lengte en hoogte. Maar hier zien we nissen, tamelijk ruim van elkaar, en in die nissen staan, uiteraard, boeken.
Het is niet de overdaad (die schaadt) maar de keuze, de uitgelezenheid van het aanbod dat trekt. Ik kan u aanraden er veel gebruik van te maken.
Tot slot geef ik u, als boekenliefhebber, nog dit advies mee:

Minnaar, sla uw geliefde gade gade,
maar geef uw lust niet snel te raden.
Koop eerst een boek bij De Balustrade,
zij zal u met zoete kussen overladen…Posted by Picasa

19 mei 2008

Weeskinderen in Sierra Leone

De wandelaar

Hij verliet zijn huis en dacht: het is niet
zeker dat ik het bij terugkeer vinden zal;
hij ging op weg en kwam in een gebied
waar het gebouwde schijnbaar in verval

geraakte: zwaar en lustig zwaaide de bal
van lood en sloeg en beukte nokken, daken,
de sterke balken en de muren die in hun val
tot puin en stof nog twee keer braken

en zonder stut of steun wachtte de kerk
waarop te lezen stond: ‘overwin het kwade
door het goede’ - en zwijgend keek hij toe

en dacht: de werken van de geest zijn sterk
maar het sloopbedrijf kent geen genade.
en gaan dacht hij: overwin, maar hoe?


Dit sonnet is mijn bescheiden bijdrage aan WIA4 – boekmagazine voor wie Rotterdam liefheeft. De liefde voor Rotterdam is ditmaal 300 pagina’s dik. Het kan niet op. Maar het is deze keer geen liefde uit eigenbelang, want de opbrengst van het magazine is bestemd voor de Sunday Foundation, die in Sierre Leone (door de verenigde Naties uitgeroepen tot de ‘slechtste plek op aarde’) een kinderdorp bouwt voor de weeskinderen die door de veelal westerse eigenaren van de goudmijnen op gruwelijke wijze worden uitgebuit. Alle reden om het magazine aan te schaffen. Het kost slechts € 4,95.

13 april 2008

De Sneldichter van Delfshaven herdacht


Op een dag in het jaar 1954 zette winkelier Salomon Cohen een grote zwarte typemachine op de toonbank van zijn sigarenmagazijn ‘Luxe’ in de Havenstraat in Rotterdam-Delfshaven. Als jongen had hij altijd al gedichten en verhaaltjes geschreven. Misschien kon hij nu wat extra klandizie werven met het schrijven van een vers voor wie zijn winkel bezocht.
Het was het begin van zijn carrière als dichter, of beter, als sneldichter, want al spoedig rolden de gedichten achter elkaar uit de machine. Elke klant kreeg gevraagd of ongevraagd een gedicht mee naar huis. Het duurde niet lang of men kwam met het verzoek om een gedicht voor een bepaalde gelegenheid, een verjaardag of een bruiloft. Cohen draaide er zijn hand niet voor om. Hij had maar een paar gegevens over de betreffende persoon nodig en hij begon, steeds met twee vingers, de strofen op zijn schrijfklavier te hameren.
Hoogwaardigheidsbekleders, bekende artiesten en televisiepresentatoren als Ted de Braak, Theo Eerdmans en Barend Barendse (‘De Zeskamp gaat ons nooit vervelen, door zijn vitale zeggingskracht’) kregen een lofdicht op rijm toegestuurd. Maar ook de tewaterlating van de tanker Esso Gambia ontlokte hem een lofzang: ‘machtig boeiend zijn de lijnen / als een symfonie van staal / net alsof een zon gaat schijnen / in ons levensideaal.’ Helaas, schreef Esso Nederland NV, was er geen plaats in het personeelsblad om het sneldicht op te nemen.
In 1963 trad hij op in het programma Voor de vuist weg van Willem Duys. Het bezorgde hem landelijke bekendheid als De Sneldichter van Delfshaven, een titel waar hij trots op was: ‘Komt u ooit in Rotterdam… U bent hartelijk welkom bij sneldichter Sam!’
Ondanks de gratis gedichten werd de klandizie er niet beter op. Maar de sneldichter dichtte voort. Hij leverde commentaar op rijm over gebeurtenissen die in de stad, het land of de wereld plaatsvonden en stuurde het resultaat naar diverse kranten en tijdschriften. Ze werden lang niet altijd geplaatst, wat hem teleurstelde, want hij wilde met zijn gedichten de wereld veranderen, beter en aardiger maken.
Salomon Cohen werd honderd jaar geleden geboren in het gezin van een grossier in tabakswaren, galanterieën en bijouterieën. In 1933 trouwde hij met een meisje van Protestantse huize, dat bij de familie Cohen in dienst was. In de oorlogsjaren kregen zij twee kinderen. Moeder en dochters bleven vrij van de anti-joodse maatregelen van de Duitsers, maar het gezinshoofd werd als zogenaamde ‘Volljude’ geregistreerd en werd verplicht de Jodenster te dragen. Er was één lichtpuntje in deze diepduistere tijden: Salomon Cohen viel in de categorie gemengd-gehuwde Volljuden, die was vrijgesteld van deportatie naar de vernietigingskampen van het Naziregime, althans voorlopig, tot nader order.
Hij overleefde de oorlog, maar hij kwam er niet ongeschonden uit. ‘In de oorlog heb ik een dodelijke angst gehad. Toch ben ik met geen vinger aangeraakt, ben niet geslagen en heb geen minuut in een concentratiekamp gezeten,’ was het weinige dat hij er later over kwijt wilde.
De Sneldichter van Delfshaven schreef zijn laatste gedichten in een verpleeghuis. Suikerziekte had hem zodanig aangetast dat zijn beide
onderbenen moesten worden geamputeerd. Zijn typemachine was in zijn sigarenwinkel achtergebleven, maar met een hand, die niet helemaal meer wilde, schreef hij op een blocnote gedichtjes voor verpleegsters, medepatiënten en bezoekers.
Hij hield de moed er in en bleef grappen maken. ‘Ik ben altijd een Jiddische jongen geweest – ome Sam – maar het valt niet mee om een geinponem te blijven. Ik heb de sterren willen plukken, maar ik heb niets bereikt. Maar als je dan bewijzen krijgt van liefde en vriendschap, dan trek je je daaraan op, ’ zei hij tegen een journalist van het Rotterdams Nieuwsblad.
Nog geen week na dit gesprek, op 11 maart 1985, stierf Salomon Cohen, De Sneldichter van Delfshaven. Hij werd 77 jaar.

Ttentoonstelling “Salomon Cohen (1908-1985) - De Sneldichter van Delfshaven” in Museum De Dubbelde Palmboom, Rotterdam-Delfshaven, van 12 april t/m 8 juni.
Achterpagina NRC Handelsbald, 11 april 2008Posted by Picasa

8 april 2008

Terras

Op het Piazza Navona in Rome zag ik Michaël Zeeman op een terras zitten. Hij zag mij niet. Zeeman heeft zich in een grijs verleden met de Letteren in Rotterdam bemoeid. In die tijd liet Bob den Uyl een trein aan zich voorbij gaan toen hij hem in een coupé zag zitten. Wijlen Vaandrager heeft hem eens met een honkbalknuppel op het terras van De Unie zitten opwachten. Waarom weet ik niet. Maar zeker niet om dat Maffiawapen als boekenlegger aan te bieden. Wel oud geworden, die Michaël. Zeker van het aankondigden van al die nooit geschreven boeken. Waar is zijn opvolger als secretaris-generaal van de Rotterdamse Letteren Melchior de Wolff eigenlijk gebleven?

4 april 2008

Maashaven Graansilo

Het beloofde land

In het begin der tijden toen de rivieren
vrij stroomden, kwamen wij van de
eilanden, stijf in ons zondagse goed,
en reden als een dorsmachine de stad

binnen, de eerste straten, de donkere
zijstraten, pleinen voor meubelpaleizen,
en dichter bij de havens doemde
een rots van beton voor ons op: daar

lagen de dromen opgeslagen die een
vreemdeling voor de farao verklaarde
en hem aanraadde het graan van
de vette voor de magere jaren te bewaren.

Nu we dromen achter zwakke dijken
dansen on the colourful and glamorous
platform within the obscure walls
nimfen, weekendpunkers in extase

all melted together into an ultimate mix
om het kalf van klatergoud dat door
de snelle jongens van het beloofde land
in het binnenste van de rots is opgericht.
Posted by Picasa