Er is niet veel nodig om ze voor je te zien,
een bosrand op afstand, een vijandige heuvelrug,
de blikkering van de zon op iets metaalachtigs.
Sinds de landing zijn ze ver landinwaarts,
ze schieten al lekker op in de geschiedenis.
We hebben wel honger maar nu malen
we eens niet om het koren, want nooit eerder
zagen we zulke schone colonnes van overzeese
zonen over onze velden naderbij komen.
We willen met hen overwinnen en zingen
en beelden oprichten en hun namen beitelen
en hun doden in velden van eer en thijm leggen.
2 juli 2008
27 juni 2008
Middag
Stlller dan hier kan niet zou je denken
als je vergeet de bezige bijen, de scheet
van een koe in het naburige weiland
en het grazen– o die tongen die het gras
zagen - en de kudde die ’s avonds geheel
geprogrameerd naar de stal terugkeert
en met glazige ogen de darmen de blaas
ledigt en de machine de uiers laat legen
in emmers die geen emmers meer heten.
Stilte is een product van het lawaai waar
de wereld om draait, te koop in soorten
en maten, in dalen, in tijdelijke gaten.
De stilte die een straaljager achterlaat
geniet de voorkeur boven de scheur van een
brommer die het dal splijt of een combine
die een middag lang het graan snijdt.
Stilte, de echte onvolmaakte is draaglijk
met sketches of spain op de ipod
als je vergeet de bezige bijen, de scheet
van een koe in het naburige weiland
en het grazen– o die tongen die het gras
zagen - en de kudde die ’s avonds geheel
geprogrameerd naar de stal terugkeert
en met glazige ogen de darmen de blaas
ledigt en de machine de uiers laat legen
in emmers die geen emmers meer heten.
Stilte is een product van het lawaai waar
de wereld om draait, te koop in soorten
en maten, in dalen, in tijdelijke gaten.
De stilte die een straaljager achterlaat
geniet de voorkeur boven de scheur van een
brommer die het dal splijt of een combine
die een middag lang het graan snijdt.
Stilte, de echte onvolmaakte is draaglijk
met sketches of spain op de ipod
5 juni 2008
Droomkasteel
Zondag 8 juni 2008 om 15.00 uur opening en presentaite van tentoonstelling en boek Mathieu Ficheroux (1926-2003), Maker Melancholicus in het Chabot Museum (opening in Armnius), waarvoor ik 'mijn Ficheroux' uit 1964 in bruikleen heb gegeven.
Droomkasteel
voor Mathieu
We zaten op een feestje bij van Zijll
als twee bejaarden over vroeger te praten
en hadden het over rijk zijn, terwijl
we de armsten in het gezelschap waren.
Wie zou niet genieten van jouw dromen
over het kasteel (met helikopterveld
om je gasten over te laten komen)
dat je zou kopen als je bulkte van het geld.
Maar met het verstrijken van de uren
als het feest ten einde loopt en zo
de droom vervliegt, steeds ijler wordt,
moeten de gordels strakker aangegord
en zitten we in een luchtchâteau
met uitzicht op de stadstuin van de buren.
Notre-Dame de Paris
Zij zat terneer en wie daar langs haar ging
zag dat zij haar handen streng gevouwen hield.
Voor wie of wat? Werd het kruis dat hoog hing
waar zij zat en bad door haar gebed bezield
of sprak het dode hout tot haar, de stomme steen,
de hoge muren en het gewelf dat boog in zijn gotiek
en heel het bouwwerk dat was opgericht voor een
geest die leefde in haar ziel; zag zij wat het publiek
niet zag, vroeg zij vergeving, verlangde zij een gunst,
ging zij op reis of kwam zij tussen twee taken door
en wachtte thuis haar zwakke man, haar zieke zoon?
De blik van de toeristenstroom gleed langs de kunst
en zag niet dat zij opstond en een kruis sloeg en voor
de menigte uit verdween, een glans rondom haar kroon.
zag dat zij haar handen streng gevouwen hield.
Voor wie of wat? Werd het kruis dat hoog hing
waar zij zat en bad door haar gebed bezield
of sprak het dode hout tot haar, de stomme steen,
de hoge muren en het gewelf dat boog in zijn gotiek
en heel het bouwwerk dat was opgericht voor een
geest die leefde in haar ziel; zag zij wat het publiek
niet zag, vroeg zij vergeving, verlangde zij een gunst,
ging zij op reis of kwam zij tussen twee taken door
en wachtte thuis haar zwakke man, haar zieke zoon?
De blik van de toeristenstroom gleed langs de kunst
en zag niet dat zij opstond en een kruis sloeg en voor
de menigte uit verdween, een glans rondom haar kroon.
3 juni 2008
Poolse schilders
Afgelopen maandag (2 juni 2008) is mijn dichtegel op het hoekpand Schietbaanlaan/Heemraadssingel weggeschilderd. Bij navraag bleek dat de eigenaar van het pand, Identity Design, de opdracht had gegeven de muur te schilderen, maar de tekst te sparen. Dit hadden de Poolse schilders echter niet begrepen. Er worden nu pogingen ondernomen om de regel er weer op te krijgen.
31 mei 2008
Op de fiets naar de Sputnik
In de zomervakantie van 1958 fietste een elftal b-junioren van de voetbalvereniging Flakkee naar de Wereldtentoonstelling in Brussel. Het was een lange tocht van Middelharnis op het voormalige eiland Goeree-Overflakkee door het Brabantse en Belgische land tot Vilvoorde, waar we onze tentjes tussen de duizenden andere kampeerders opzetten. Onderweg hadden we in dorpen gebivakkeerd waar we tegen een plaatselijke juniorenelftal speelden. Ik herinner me een veld zonder krijtlijnen dat was omgeven door sloten waarin het water geheel bedekt was met kroos en zo hoog stond dat het leek alsof de grasmat daar gewoon doorliep. Spelers van de thuisclub schopten de bal zo ver in die richting dat onze buitenspeler er in zijn ijver hem te pakken te krijgen geen erg in had dat het veld daar ophield en kopje onder ging. Dikke pret hadden ze dan.
Het was mijn eerste buitenlandse reis. Op een fotootje met gekartelde rand staan we langs de kant van een weg, op de achterkant heeft iemand geschreven: ‘hei plukken net over de grens bij Goirle’. Ik herinner me slechts enkele namen van de jongens die met zwaar bepakte fietst in de berm staan. Geruite blouses, gestreepte truien, korte broeken. Ik speelde in B2, want voor B1 was ik niet goed genoeg maar voor de kneusjes van B3 te goed. Voor de fietstocht was het elftal niet samengesteld uit de beste spelers, maar uit de jongens die van hun ouders mee mochten.
Op een ander kiekje poseren we in het blauwgeel gestreepte shirt van onze club, maar in lange broek, op de achtergrond het Atomium. Zijn we daar ook in geweest? Op de Belgische televisie is er dezer dagen veel aandacht voor het vijftigjarig jubileum van de Expo 58. De beelden tonen mij nu wat ik toen moet hebben gezien. De nationale paviljoens, de vreemde bouwwerken, staketsels en kabelbanen, de fonteinen en watervallen waarvan de fonkeling in de flipperkast van mijn geheugen hier en daar oplicht.
We vergaapten ons aan de dingen die vreemd waren en dat was voor een stel boerenjongens in een geelblauw gestreept voetbalshirt zo’n beetjes alles wat er te zien was. Ongetwijfeld zijn we in het Philips paviljoen geweest dat, weet ik nu, door de architect Le Corbusier was ontworpen en waarin in een elektronisch gedicht de geschiedenis van de mensheid werd verteld waarbij veel piep en knars was te beluisteren.
Dat de Koude Oorlog tot uitdrukking werd gebracht in de grootte en de vorm van de Amerikaanse en Russische paviljoens, wisten wij toen niet. Van de Spoetnik, die de Russen het jaar daarvoor hadden gelanceerd, hadden we wel gehoord en gelezen. Maar was dat alles? De replica die hier tentoongesteld werd, was niet meer dan een zilverkleurige bol van een halve meter doorsnede met een paar sprieten er aan.
Hebben wij ook stilgestaan bij de hekken van het Congolese dorp, waarin ‘zwartjes’ als in een dierentuin waren te bezichtigen? Hebben wij, pummels, met een meewarige glimlach naar hun primitieve bezigheden staan kijken? Het is niet onwaarschijnlijk. De omgeving waar wij vandaan kwamen was volkomen blank, de enige ‘exotische’ persoon die we kenden was een Hongaar die twee jaar eerder voor de Russen uit zijn vaderland was gevlucht en in ons dorp in een kruidenierswinkel werkte.
De wereldtentoonstelling stond in het teken van het humanisme, de verbroedering van alle volken. Wetenschap en techniek toonden hun nieuwste ontwikkelingen die als wereldwonderen aan het volk werden gepresenteerd. Robots zouden het zware werk van de arbeiders overnemen, koffie kwam voortaan uit een machine, auto’s rolden van de lopende band. De kans dat ik binnen afzienbare tijd een fiets met handremmen en versnelling zou krijgen, zoals enkele jongens in ons elftal hadden, werd steeds groter.
Maar ons bezoek aan de wereldtentoonstelling eindigde met de diefstal van een aantal souvenirs. Wie op het idee kwam weet ik niet meer, maar ik raakte er bij betrokken, ik liet me overhalen een souvenir uit een kiosk te pikken. Wat zal het geweest zijn, een Atomium in zakformaat, een kleine Spoetnik van plastic? In ieder geval werden we gesnapt. Ik denk dat onze leider het met de kioskhouder goed gemaakt heeft maar wat ons betreft zou hij het er niet bij laten zitten.
Op een avond kwam hij er met mijn ouders over praten. Schande werd over mij uitgesproken. Een onbekende trek in mijn karakter had zich geopenbaard. Wat moest er van mij worden? Die fiets met vlinderstuur en handremmen kon ik voorlopig wel op mijn buik schrijven. Kort daarna ben ik gestopt met voetballen. En werd verliefd op een meisje dat op de korfbalvereniging zat.
Het was mijn eerste buitenlandse reis. Op een fotootje met gekartelde rand staan we langs de kant van een weg, op de achterkant heeft iemand geschreven: ‘hei plukken net over de grens bij Goirle’. Ik herinner me slechts enkele namen van de jongens die met zwaar bepakte fietst in de berm staan. Geruite blouses, gestreepte truien, korte broeken. Ik speelde in B2, want voor B1 was ik niet goed genoeg maar voor de kneusjes van B3 te goed. Voor de fietstocht was het elftal niet samengesteld uit de beste spelers, maar uit de jongens die van hun ouders mee mochten.
Op een ander kiekje poseren we in het blauwgeel gestreepte shirt van onze club, maar in lange broek, op de achtergrond het Atomium. Zijn we daar ook in geweest? Op de Belgische televisie is er dezer dagen veel aandacht voor het vijftigjarig jubileum van de Expo 58. De beelden tonen mij nu wat ik toen moet hebben gezien. De nationale paviljoens, de vreemde bouwwerken, staketsels en kabelbanen, de fonteinen en watervallen waarvan de fonkeling in de flipperkast van mijn geheugen hier en daar oplicht.
We vergaapten ons aan de dingen die vreemd waren en dat was voor een stel boerenjongens in een geelblauw gestreept voetbalshirt zo’n beetjes alles wat er te zien was. Ongetwijfeld zijn we in het Philips paviljoen geweest dat, weet ik nu, door de architect Le Corbusier was ontworpen en waarin in een elektronisch gedicht de geschiedenis van de mensheid werd verteld waarbij veel piep en knars was te beluisteren.
Dat de Koude Oorlog tot uitdrukking werd gebracht in de grootte en de vorm van de Amerikaanse en Russische paviljoens, wisten wij toen niet. Van de Spoetnik, die de Russen het jaar daarvoor hadden gelanceerd, hadden we wel gehoord en gelezen. Maar was dat alles? De replica die hier tentoongesteld werd, was niet meer dan een zilverkleurige bol van een halve meter doorsnede met een paar sprieten er aan.
Hebben wij ook stilgestaan bij de hekken van het Congolese dorp, waarin ‘zwartjes’ als in een dierentuin waren te bezichtigen? Hebben wij, pummels, met een meewarige glimlach naar hun primitieve bezigheden staan kijken? Het is niet onwaarschijnlijk. De omgeving waar wij vandaan kwamen was volkomen blank, de enige ‘exotische’ persoon die we kenden was een Hongaar die twee jaar eerder voor de Russen uit zijn vaderland was gevlucht en in ons dorp in een kruidenierswinkel werkte.
De wereldtentoonstelling stond in het teken van het humanisme, de verbroedering van alle volken. Wetenschap en techniek toonden hun nieuwste ontwikkelingen die als wereldwonderen aan het volk werden gepresenteerd. Robots zouden het zware werk van de arbeiders overnemen, koffie kwam voortaan uit een machine, auto’s rolden van de lopende band. De kans dat ik binnen afzienbare tijd een fiets met handremmen en versnelling zou krijgen, zoals enkele jongens in ons elftal hadden, werd steeds groter.
Maar ons bezoek aan de wereldtentoonstelling eindigde met de diefstal van een aantal souvenirs. Wie op het idee kwam weet ik niet meer, maar ik raakte er bij betrokken, ik liet me overhalen een souvenir uit een kiosk te pikken. Wat zal het geweest zijn, een Atomium in zakformaat, een kleine Spoetnik van plastic? In ieder geval werden we gesnapt. Ik denk dat onze leider het met de kioskhouder goed gemaakt heeft maar wat ons betreft zou hij het er niet bij laten zitten.
Op een avond kwam hij er met mijn ouders over praten. Schande werd over mij uitgesproken. Een onbekende trek in mijn karakter had zich geopenbaard. Wat moest er van mij worden? Die fiets met vlinderstuur en handremmen kon ik voorlopig wel op mijn buik schrijven. Kort daarna ben ik gestopt met voetballen. En werd verliefd op een meisje dat op de korfbalvereniging zat.
NRC Handelsblad Achterpagina 30 mei 2008
29 mei 2008
POETRY + ROTTERDAM
EEN VEEG TEKEN: HET FILMFESTIVAL HIER HEET IFFR – INTERNATIONAAL FILMFESTIVAL ROTTERDAM, HET IDFA GINDS HEET INTERNATIONAAL DOCUMENTAIREFESTIVAL AMSTERDAM. WAAROM HEET PI NIET PIR – POETRY INTERNATIONAL ROTTERDAM?
MEER EN MEER HEEFT POETRY INTERNATIONAL ZICH LOSGEZONGEN VAN DE STAD DIE HET FESTIVAL ONDERDAK GEEFT EN RUIMHARTIG MEEFINANCIERT, VAN DE DICHTERS DIE ER WONEN EN WERKEN, VAN HET GEÏNTERESSEERDE PUBLIEK DAT MINDER EN MINDER DE WEG NAAR HET FESTIVAL INSLAAT.
DAT MOET VERANDEREN. DE BAND TUSSEN ROTTERDAM EN HET FESTIVAL DIENT HERSTELD. VROEGER WAS DIE BAND ER DUIDELIJK. DIE WIN-WIN-SITUATIE VAN VAN KRUISBESTUIVING VAN DE LOKALE EN DE INTERNATIONALE POËTISCHE SCÈNE WILLEN WIJ TERUG. ALLEREERST DIENT DAARTOE DE VROEGER ZO BUITENGEWOON GOED BEZOCHTE ROTTERDAMSE AVOND VOORAFGAAND AAN HET EIGENLIJKE POETRY-FESTIVAL IN ERE HERSTELD. ONZE ACTIE ‘POETRY +’ IS DUS NIET TEGEN HET FESTIVAL, MAAR EROP GERICHT ZIJN VROEGERE, ROTTERDAM BEVRUCHTENDE KRACHT ER AAN TERUG TE GEVEN. WEG MET DE POETRY-MOEHEID!
DAAROM ORGANISEREN WIJ OP:
ZATERDAG 7 JUNI, 19.00 - 20.00 UUR, SCHOUWBURGPLEIN
EEN MANIFESTATIE WAARIN EEN LANGE STOET VAN DICHTERS EN POËZIEMINNAARS HUN ROTTERDAMSE GELUID LATEN HOREN AAN HET BEGIN VAN DE KOMENDE, 39-STE. EDITIE VAN POETRY INTERNATIONAL (ROTTERDAM), ZO TOEPASSELIJK ‘STAD EN LAND’ GEHETEN.
ANGRY OLD MAN FRANS VOGEL BIJT HET SPITS AF. ALLE ROTTERDAMSE BEKENDE DICHTERS DOEN MEE. IEDER LEEST EEN GEDICHT VOOR. MOCHT ER NOG ONS ONBEKEND TALENT WILLEN DOEN, SCHROOM NIET OM JE TE MELDEN. OOK WILLEN WIJ ALLE POËZIEMINNAARS VAN ROTTERDAM UITNODIGEN ZICH TE MELDEN OM HUN FAVORIETE GEDICHT TE KOMEN VOORLEZEN. DAARBIJ DENKEN WIJ VOORAL AAN HET WERK VAN DE VORIGEN: LEOPOLD, BLOEM, GERHARDT, WASKOWSKY, VAANDRAGER, TOLLENS, DE SCHOOLMEESTER, ETC. GEEF POETRY AAN ROTTERDAM TERUG EN GEEF ROTTERDAM AAN POETRY TERUG!
LAAF U AAN DE ROTTERDAMSE BRON VAN POËZIE
HET ORGANISATIETANDEM:
MANUEL KNEEPKENS, 010-4142591, mankneep@upcmail.nl
ARIE VAN DER ENT, 010-4952778, labardan@xs4all.nl
-------STICHTING UITGEVERIJ DOUANE-------
MEER EN MEER HEEFT POETRY INTERNATIONAL ZICH LOSGEZONGEN VAN DE STAD DIE HET FESTIVAL ONDERDAK GEEFT EN RUIMHARTIG MEEFINANCIERT, VAN DE DICHTERS DIE ER WONEN EN WERKEN, VAN HET GEÏNTERESSEERDE PUBLIEK DAT MINDER EN MINDER DE WEG NAAR HET FESTIVAL INSLAAT.
DAT MOET VERANDEREN. DE BAND TUSSEN ROTTERDAM EN HET FESTIVAL DIENT HERSTELD. VROEGER WAS DIE BAND ER DUIDELIJK. DIE WIN-WIN-SITUATIE VAN VAN KRUISBESTUIVING VAN DE LOKALE EN DE INTERNATIONALE POËTISCHE SCÈNE WILLEN WIJ TERUG. ALLEREERST DIENT DAARTOE DE VROEGER ZO BUITENGEWOON GOED BEZOCHTE ROTTERDAMSE AVOND VOORAFGAAND AAN HET EIGENLIJKE POETRY-FESTIVAL IN ERE HERSTELD. ONZE ACTIE ‘POETRY +’ IS DUS NIET TEGEN HET FESTIVAL, MAAR EROP GERICHT ZIJN VROEGERE, ROTTERDAM BEVRUCHTENDE KRACHT ER AAN TERUG TE GEVEN. WEG MET DE POETRY-MOEHEID!
DAAROM ORGANISEREN WIJ OP:
ZATERDAG 7 JUNI, 19.00 - 20.00 UUR, SCHOUWBURGPLEIN
EEN MANIFESTATIE WAARIN EEN LANGE STOET VAN DICHTERS EN POËZIEMINNAARS HUN ROTTERDAMSE GELUID LATEN HOREN AAN HET BEGIN VAN DE KOMENDE, 39-STE. EDITIE VAN POETRY INTERNATIONAL (ROTTERDAM), ZO TOEPASSELIJK ‘STAD EN LAND’ GEHETEN.
ANGRY OLD MAN FRANS VOGEL BIJT HET SPITS AF. ALLE ROTTERDAMSE BEKENDE DICHTERS DOEN MEE. IEDER LEEST EEN GEDICHT VOOR. MOCHT ER NOG ONS ONBEKEND TALENT WILLEN DOEN, SCHROOM NIET OM JE TE MELDEN. OOK WILLEN WIJ ALLE POËZIEMINNAARS VAN ROTTERDAM UITNODIGEN ZICH TE MELDEN OM HUN FAVORIETE GEDICHT TE KOMEN VOORLEZEN. DAARBIJ DENKEN WIJ VOORAL AAN HET WERK VAN DE VORIGEN: LEOPOLD, BLOEM, GERHARDT, WASKOWSKY, VAANDRAGER, TOLLENS, DE SCHOOLMEESTER, ETC. GEEF POETRY AAN ROTTERDAM TERUG EN GEEF ROTTERDAM AAN POETRY TERUG!
LAAF U AAN DE ROTTERDAMSE BRON VAN POËZIE
HET ORGANISATIETANDEM:
MANUEL KNEEPKENS, 010-4142591, mankneep@upcmail.nl
ARIE VAN DER ENT, 010-4952778, labardan@xs4all.nl
-------STICHTING UITGEVERIJ DOUANE-------
Abonneren op:
Posts (Atom)
