3 oktober 2008
De abdicatie van de Koningin
Dat zich onlangs een nieuwe boekhandel in Rotterdam heeft gevestigd, is even zeldzaam als de geboorte van een ijsbeertje in Blijdorp. Er is vreugde en aandacht, maar tegelijkertijd moet voor de levensverwachting van de kleine worden gevreesd. Want babyijsbeertjes worden nog wel eens door hun moeder opgegeten.
Zo ongeveer heeft een grote boekwinkelketen de afgelopen decennia een aantal kleinere boekwinkels in deze stad verslonden. De nieuwe boekwinkel Balustrade zit hopelijk ver genoeg van het centrum om uit de klauwen van de grote beer te blijven. In de Grote Visserijstraat in Rotterdam-West, bekend van zijn winkels voor tweedehands haarden en koelkasten en waar een jaar geleden nog zo’n veertig drugspanden werden ontruimd, zal het moeilijk genoeg zijn om het hoofd boven water te houden. Een slijterij in Mekka zou het niet makkelijker hebben.
Er vinden meer veranderingen plaats in de boekenbranche van Rotterdam. Twee jaar geleden sloot boekhandel Van Buul aan de Meent zijn deuren, nadat de huur was opgezegd wegens de geplande uitbreiding van het Stadstimmerhuis. Al eerder had de Gemeente het jaarlijkse contract voor boeken, tijdschriften en losbladige abonnementen voor haar bestuurlijke en juridische Diensten, ingetrokken en bij een boekhandel in Eindhoven geplaatst. Het was de kurk waarop een aantal kleine boekhandels dreef.
Van Buul’s enige werknemer Arno Snoek begon onder zijn eigen naam een nieuwe boekwinkel aan de overkant van de straat. Vorig jaar werd de Rotterdamse Uitgeversbond opgericht en niet veel later werd door het tromgeroffel van de nieuwe generatie de Rotterdamse Boekverkopersbond uit een slaap van jaren gewekt.
Maar het grote nieuws is dat Maria Heiden haar boekwinkel aan de Oude Binnenweg heeft verkocht. “Voor een appel, niet eens met een ei er bij. Het belangrijkste is dat het een boekwinkel blijft, dat het geen broodjeszaak wordt of een spijkerbroekentent.”
Op een keer nam ze mij in vertrouwen, ze had een geheim te vertellen, maar ik mocht het tegen niemand zeggen. “Als ik het van een ander hoor, dan weet ik dat het van jou komt,” zei ze dreigend. En toen kwam het hoge woord er uit: de winkel kwam in andere handen, ze had twee ervaren boekverkoopsters bereid gevonden de zaak over te nemen.
Het geheim bleek ’s middags, toen ik in een tamelijk groot gezelschap verkeerde, reeds wijd en zijd bekend te zijn. Ik voelde me niet beschaamd dat ze mij in vertrouwen had genomen. Want ook dat was ‘Van Gennep’, een praathuis, een doorgeefluik voor nieuwtjes en al dan niet publieke geheimen. Ze was de vraagbaak voor buitenstaanders die iets over Rotterdam wilden weten en tevergeefs bij officiële instanties hadden aangeklopt.
Maria Heiden begon haar carrière als boekverkoopster in de pocketkelder van Donner aan de Korte Lijnbaan, waarvan de oud-directeur en eigenaar elk Nieuwjaar naar de zaak kwam om, als de balans was opgemaakt, het personeel in gebed voor te gaan, als een soort dankdag voor het boek.
In 1974 stak zij haar ouderlijke erfenis in een onderneming die leidde tot de Rotterdamse vestiging van Uitgeverij en Boekhandel van Gennep in Amsterdam. Daarmee kreeg de arbeidersstad zijn eerste ‘linkse’ boekhandel. Toen algemeen directeur Rob van Gennep in 1994 overleed, nam Maria Heiden Van Gennep Rotterdam over.
Door haar enthousiasme en activiteiten, als presentatrice van literaire bijeenkomsten en haar wekelijkse boekenprogramma op Radio Rijnmond, maar ook als schrijfster van korte verhalen en toneelstukken en niet in de laatste plaats door haar verschijning in en buiten haar winkel werd Van Gennep een begrip in de stad en verwierf zij de bijnaam van Koningin van de Binnenweg. Mede dankzij haar inspanningen werd het winkelgebied van de Oude Binnenweg opgewaardeerd. Bij wijze van beloning verhoogde het gemeentelijk woningbedrijf de huur van haar winkelpand met honderd procent.
Van Gennep blijft gelukkig bestaan, want met nog minder boekhandels zou Rotterdam zich niet langer een cultuurstad mogen noemen. Maar nu de abdicatie van de Koningin van de Binnenweg aanstaande is, heb ik het gevoel dat er een tijdperk wordt afgesloten.
NRC Handelsblad, Achterpagina, 1 oktober 2008
2 oktober 2008
Bladwijzer
Gelezen op een bladwijzer van uitgeverij d'Jonge Hond www.dejongehond.nl:
Outside of a dog, a book is a man's best friend.
Inside of a dog it's too dark to read
Groucho Marx
Outside of a dog, a book is a man's best friend.
Inside of a dog it's too dark to read
Groucho Marx
19 augustus 2008
Amsterdam
Hoe fraai ligt deze stad op de bodem van de zee verzonken,
de eeuwen in één rimpeling vergaan, een oude hoer die naar
de dagen van haar glorie taalt, een zeeman, grof, beschonken,
komt bak- en stuurboord in haar uitgewoonde stegen klaar.
Benauwde veste. Sodom en Gomorra samen op zijn wallen,
een wrak vol waterzucht, gezonken onder zijn eigen peil,
in het Paleis dat geen paleis is ruisen kleine watervallen
en in het koffiehuis gaan oude revolutionairen onder zeil.
Een dichter paait een portie roem bij zijn vrienden in 't café
en zwelt gasvormig op van modderpoel tot oceaan.
En tussen het wrakhout van platbodems en galjoenen staan
burgers en zwervers, drenkelingen in de onmetelijke zee,
verkrachters en moordenaars en al het bezopen schorem
naar adem te happen tegen het glas van dit groots aquarium.
de eeuwen in één rimpeling vergaan, een oude hoer die naar
de dagen van haar glorie taalt, een zeeman, grof, beschonken,
komt bak- en stuurboord in haar uitgewoonde stegen klaar.
Benauwde veste. Sodom en Gomorra samen op zijn wallen,
een wrak vol waterzucht, gezonken onder zijn eigen peil,
in het Paleis dat geen paleis is ruisen kleine watervallen
en in het koffiehuis gaan oude revolutionairen onder zeil.
Een dichter paait een portie roem bij zijn vrienden in 't café
en zwelt gasvormig op van modderpoel tot oceaan.
En tussen het wrakhout van platbodems en galjoenen staan
burgers en zwervers, drenkelingen in de onmetelijke zee,
verkrachters en moordenaars en al het bezopen schorem
naar adem te happen tegen het glas van dit groots aquarium.
7 augustus 2008
Thuiskomen
Drie weken zaten we op een heuvel in Normandië, in een prachtig van alle comfort voorzien huis. Het was het huis van vrienden die zelf op vakantie in Italië waren. We hadden het op ons genomen om het huis te bewaken en de tuin bij te houden. Vooral de moestuin vroeg veel aandacht. Wieden en sproeien, want het was droog weer. Als beloning voor het werk plukten we aardbeien, sla en sjalotten, allerlei heerlijke kruiden en trokken de jonge kroten uit de grond. Helaas waren nog niet alle gewassen en vruchten rijp.
Mooi weer, mooie omgeving. Af en toe hoorde je een landbouwwerktuig voorbij ratelen. Maar meestal kon je de stilte horen. Helemaal stil is het natuurlijk nooit en nergens. Je hoort altijd wel wat. Het zoemen van de bijen in de lavendel, de wind in de bomen, de koeien in het naburige weiland.
Af en toe liet zo’n koebeest een scheet van heb ik jou daar of loeide er eentje wat in het wilde weg en vroeg je je af wat er nu precies te loeien viel.’s Avonds keerde de kudde terug naar de stal en hoorde je ze grazen. Het leek wel zagen zoals die dikke tongen het gras pakten en afsneden. Mooie dieren, die koeien, maar als je geen slager bent, raakt je er toch gauw op uitgekeken.
Op de boerderij een paar honderd meter verderop was dit voorjaar een volautomatische melkmachine geïnstalleerd. Wie nog romantische gevoelens over het platteland en het boerenbedrijf koesterde, moest hier niet zijn. Zelf herinner ik me nog wel het beeld van de blozende boerendochter die op een krukje gezeten en half tegen het warme koeienlijf geleund met soepele en krachtige handbewegingen de spenen hanteerde, zodat de melk met dunne doch krachtige stralen in de emmer spoot die ze tussen haar stevige dijen geklemd hield.
Een melkmachine is een melkmeid maar dan van metaal, rubber, kunststof en nog wat materialen en uiteraard veel elektronica. Een robot die voor niets en niemand bloost. De koe wil gemolken worden, schuift aan en laat de machine zijn werk doen. Een metalen arm schuift onder het beest en zoekt de uier, spuit een desinfecterend middel om de boel schoon te maken en dan beginnen de censoren een voor een de spenen te zoeken en kan het melken beginnen. Zo gepiept. Ondertussen registreert de computer de gegevens van de koe, naam, geboortedatum, gewicht, hoeveelheid melk, etc.
Een fascinerend gezicht. Voor één, hooguit twee keer. Dan heb je het wel gezien. Nee, geef mij maar die melkmeid van vroeger. Ik weet eigenlijk niet of ze echt bloosde, maar dat hoorde je er bij te zeggen, dat ze bloosde. Ze kreeg natuurlijk geen rode konen van schaamte, maar van inspanning. Want waarvoor had ze zich moeten schamen. Een melkmachine wordt niet moe, al was deze wel al een paar keer van slag geweest en moesten er programmeurs uit de stad komen voor een reset en een update. Maar dat heb je overal.
Toen we thuiskwamen bleek onze fietstrommel van een elektronisch slot te zijn voorzien. Daar konden we dus niet in. Pas toen de buren thuis waren kon ik mijn fiets pakken. Maar toen zag ik dat ik hem voor de vakantie met een lekke band had weggezet omdat de plakspullen op waren.
Ik was weer thuis. Op de Maasboulevard had ik me nog even laten inpalmen door de skyline. De krijtrotsen van Engeland, de besneeuwde toppen van de Himalaya, de meren van Zwitserland en noem nog maar een paar schitterende uitzichten, er gaat toch niets boven de skaailaain van Rotterdam. De dynamiek straalde er van af.
Of was het een luchtspiegeling, een fata morgana?
Want waar kon je in deze dynamische stad ook al weer je band laten plakken? Ik stond er bij en keek er naar, naar m’n lekke band en met de elektronische sleutel van de buren in mijn hand en had even het gevoel dat ik nooit meer gemolken zou worden.
Rotterdam Punt Uit nr. 4 aug./sept 2008
25 juli 2008
Zeeuws landschap
Duiveland
Het land ligt groen onder blauwe luchten
met stroken geel en soms een vleugje rood
en in de stilte van de dorpen en gehuchten
vreest men de rampspoed, tijden van nood.
Want de stromen mogen bedwongen zijn,
de dammen en dijken sterk en hoog gelegen,
de ziel van dit land ligt onder de waterlijn
en dwaalt in de duisternis van Gods wegen.
Maar in de zware kerken wordt nog gebeden
voor ’t gewas (of het een mooie prijs zal geven)
en zonden worden per gemet vergeven.
Of is het Satan die met de duivelse streken
van zijn kleurpalet de groene schijn doet leven
en wordt de gifspuit steeds vaker uitgereden?
13 juli 2008
De dood van Marat
De weg langs ons vakantieverblijf is onderdeel van de wandelroute naar het geboortehuis van Charlotte Corday, de jonge vrouw die op 13 juli 1793 de revolutionair Jean-Paul Marat in zijn bad vermoordde. Het geboortebuis is nu vakantiehuis, achter het gesloten hek zien we een eenvoudig boerderijtje van Normandisch vakwerkbouw, waarvan er duizenden in de heuvels van het departement Orne staan.
Toch was Charlotte Corday geen boerenmeisje als de analfabete Jeanne d’Arc, die haar goddelijke ingevingen tijdens het hoeden van de schapen kreeg.
De familie Corday d’Armont was van verarmde adel, een geslacht van landeigenaren, geleerden en bestuurders, van moederskant behoorde de dichter en toneelschrijver Pierre Corneille (1606-1684) tot de voorzaten.
Na de dood van haar moeder werd Charlotte in de Abbaye-aux-Dames in Caen ondergebracht, waar zij haar opleiding kreeg en in de bibliotheek kennismaakte met het werk van o.a. Plutarchus, Rousseau en Voltaire. Nadat de abdij in 1791 werd gesloten, vond zij onderdak bij een oudere nicht, Madame Le Coustellier de Bretteville-Gouville, met wie zij een innige band had. Charlotte zou de enige erfgenaam van haar fortuin worden. Charlotte Corday was republikein en koos voor de partij van de Girondijnen, de liberale partij die vasthield aan de grondwet van 1791 en onder meer het hoofd van Lodewijk XVI wilde sparen. Zij verloren echter de strijd om de macht aan de Jacobijnen, waarna tweeëntwintig vooraanstaande Girondijnen in één nacht onder de guillotine werden onthoofd.
In Caen vernam Charlotte berichten over het bloedbad in Parijs. Een van de leiders van de Jacobijnen was Jean-Paul Marat, een in 1743 in Zwitserland geboren arts en geleerde zonder het begeerde aanzien, zoals het lidmaatschap van de Académie française. Frustratie en verbittering brachten hem aan de top van het revolutionaire bewind. In zijn krant L’Ami du Peuple hitste hij het volk - en wie daar gevoelig voor was of belang bij had - op tot absolute wraak op de vijanden van de Revolutie. Voor de door hem ingestelde ‘Raad Van Toezicht’ stelde hij persoonlijk de dodenlijsten op van degenen die op zijn best met een schijnproces naar het schavot werden gestuurd.
In Caen had zich een beweging van gevluchte Girondijnen gevormd, die het plan opvatte met een leger van vrijwilligers naar Parijs op te trekken. Charlotte Corday bezocht hun vergaderingen, maar zij had weinig vertrouwen in hun ideeën. In haar eentje broedde ze op het plan om het vaderland van het revolutionaire monster Marat te bevrijden en koesterde het naïeve idee dat het bloedvergieten daarna zou stoppen. Op een dag in juli 1793 nam zij de diligence van Caen naar Parijs. In het paspoort dat haar toegang tot de stad moest verschaffen stond dat zij 24 jaar was, kastanjekleurig haar had, grijze ogen, een forse neus, een normale mond, een ronde kin met een kuiltje en een ovaal gezicht.
Zij nam haar intrek in een hotel en schreef haar ‘Bericht aan de Fransen, liefhebbers van de wet en de vrede’. Aan Marat schreef zij: ,,Citoyen, Ik ben zojuist uit Caen aangekomen. Ik wil u graag vertellen over de gebeurtenissen aldaar. Over een uur zal ik me bij u melden; wees zo vriendelijk mij te ontvangen voor een kort onderhoud. Ik wil u in de gelegenheid stellen Frankrijk een grote dienst te bewijzen.”
Aanvankelijk werd haar de deur gewezen, maar toen zij zich enkele uren later weer aandiende, werd zij bij Marat toegelaten. Die zat in bad voor de dagelijkse behandeling van zijn huidziekte. Het gesprek was nauwelijks op gang gekomen toen Charlotte Corday het keukenmes tevoorschijn haalde dat zij voor twee francs in een winkel in Port Royal had gekocht. Ze stak de weerloze Marat in de borst, hij stierf enkele minuten later. Charlotte Corday werd gevangen genomen en voor het Revolutionaire Tribunaal gebracht. Op de vraag van de president of zij iets tot haar verdediging had aan te voeren, antwoordde zij: ,,Niets, behalve dat ik ben geslaagd. Ik doodde één man om er 100.000 te redden.”
Vier dagen later, op 17 juli 1793, werd Charlotte Corday naar de guillotine gebracht. De moord op Jean-Paul Marat werd nog in hetzelfde jaar door de propagandist van de Revolutie, Jacques-Louis David, in een dramatische enscenering vereeuwigd. Charlotte Corday moest nog ruim een halve eeuw wachten voor zij de heldenrol kreeg toebedeeld waarvan zij ongetwijfeld in haar jonge leven had gedroomd. In 1860, tijdens het Tweede Keizerrijk, werd zij door Paul-Jacques-Aimé Baudry geschilderd als de heldin die Frankrijk van het revolutionaire monster had bevrijd.
Voor de wandelroute lijkt niet veel belangstelling te zijn, want al de keren dat we hier waren, hebben we nog nooit iemand voorbij zien komen die op weg leek naar de plaats waar de ‘Jeanne d’Arc van de revolutie’, zoals ze ook wel werd genoemd, het levenslicht aanschouwde. Dat kan aan de tijd van het jaar liggen of aan de steilte van de heuvels die als gemene kuitenkwellers het wandelen tot een inspannende bezigheid maken. Al merk je dat pas de volgende dag.
Zie ook NRC Handelsblad Achterpagina 12 juli 2008
2 juli 2008
Débarquement
Er is niet veel nodig om ze voor je te zien,
een bosrand op afstand, een vijandige heuvelrug,
de blikkering van de zon op iets metaalachtigs.
Sinds de landing zijn ze ver landinwaarts,
ze schieten al lekker op in de geschiedenis.
We hebben wel honger maar nu malen
we eens niet om het koren, want nooit eerder
zagen we zulke schone colonnes van overzeese
zonen over onze velden naderbij komen.
We willen met hen overwinnen en zingen
en beelden oprichten en hun namen beitelen
en hun doden in velden van eer en thijm leggen.
een bosrand op afstand, een vijandige heuvelrug,
de blikkering van de zon op iets metaalachtigs.
Sinds de landing zijn ze ver landinwaarts,
ze schieten al lekker op in de geschiedenis.
We hebben wel honger maar nu malen
we eens niet om het koren, want nooit eerder
zagen we zulke schone colonnes van overzeese
zonen over onze velden naderbij komen.
We willen met hen overwinnen en zingen
en beelden oprichten en hun namen beitelen
en hun doden in velden van eer en thijm leggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
