14 november 2008
Monsieur Jacques, vreemdeling of Rotterdammer?
Op zaterdag 11 oktober van dit jaar vond er een wat merkwaardige processie plaats in het centrum van Rotterdam. ‘Monsieur Jacques’, het gebeeldhouwde heertje dat sinds 1959 op de Coolsingel staat, daalde in de gedaante van een acteur van zijn sokkel en wandelde gevolgd door een tiental belangstellenden door de drukte van het winkelend publiek naar de Oude Binnenweg. Aldaar werd in boekhandel Voorheen van Gennep het boek gepresenteerd dat aan hem was gewijd.
Althans, dat dacht ik, en ik was niet de enige. Maar het fraai vormgegeven boekwerkje ‘Het beeld van Monsieur Jacques’ bleek niet over onze Monsieur Jacques te gaan, maar over de Monsieur Jacques die in de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum in Het Nationale Park De Hoge Veluwe staat.
De Utrechtse dichter Chrétien Breukers schreef er een lang gedicht over, grafisch ontwerper Damiaan Renkens zorgde voor de fraaie tekeningen en de huisfilosofe en kokkin van NRC Handelsblad, Marjoleine de Vos, noteerde in een essay haar gedachten over het kijken naar kunst. Manuel Kneepkens tenslotte legde de link tussen de Meneer Jaap op de Coolsingel en de Mesjeu Jacques die op de Promenade in Kneepkens’ geboorteplaats Heerlen staat.
Want onze Monsieur Jacques is niet uniek. Er zijn meerdere beelden van dit merkwaardige heertje gegoten en geplaatst. In verschillende poses en voor verschillende gelegenheden: met de handen en de hoed op de rug, met een hoge hoed op het hoofd en met wandelstok, zoals in Heerlen, met sigaar en zelfs eentje met een fototoestel. Museum Boijmans Van Beuningen heeft een aantal in brons gegoten miniaturen van 20 à 30 cm hoogte in bezit.
Hoe kwam Monsieur Jacques op de Coolsingel terecht?
Het is jammer dat er geen bijdrage van de Rotterdamse tekstschrijver Peter Bulthuis in het boekje is opgenomen. Hij heeft een aantal jaren geleden de ontstaansgeschiedenis van het beeld onderzocht. In 1956 was de beeldhouwer Ludwig Oswald Wenckebach (1895-1962) bij vrienden te gast in de buurt van St. Tropez. “Op een dag,” schrijft Bulthuis, “vermaakten ze zich kleiend in de tuin, totdat er een beeldje verscheen dat, gezien het mistroostige trekje bij de mondhoek, enige gelijkenis vertoonde met de dichter Jacques Bloem.” Aldus werd in de familie- en vriendenkring van de beeldhouwer het figuurtje Jacques gedoopt.
Wenckebach was in zijn tijd een beroemde en veel gevraagde beeldhouwer. Voor de oorlog had hij diverse beelden van historische figuren gemaakt, zoals het beeld van de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Hendrik Lorentz voor Park Sonsbeek in Arnhem en het borstbeeld van de architect H.P. Berlage voor het Gemeentemuseum in Den Haag. Na de oorlog vervaardigde hij een reeks oorlogs- bevrijdings- en verzetsmonumenten die in diverse gemeenten in Nederland zijn te zien. .
Het beeldje van klei dat spelenderwijs ontstond werd in het atelier van de beeldhouwer in Noordwijkerhout manshoog in gips getransformeerd en vervolgens in brons gegoten. De Rotterdamse stadsarchitect J.J. Oud die het daar zag, kwam op het idee het beeld in het Nederlandse paviljoen op de Expo, de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel tentoon te stellen. Daar werd Jacques met Belgische hoffelijkheid Monsieur Jacques genoemd. Na de wereldtentoonstelling verhuisde hij naar de beeldentuin van Kröller-Müller.
Wie op het idee kwam een kopie daarvan op de Coolsingel te plaatsen, is niet bekend. Er zijn met betrekking tot dit beeld een aantal connecties te noemen die naar Rotterdam voeren. Oud was toen weliswaar geen stadsarchitect meer, maar misschien heeft hij het stadhuis enthousiast gemaakt. En wellicht had de familie Kröller-Müller, die haar fortuin in de haven van Rotterdam had vergaard, geen bezwaar tegen het plaatsen van een kopie.
In ieder geval werd op de Opbouwdag, dinsdag 19 mei 1959, het beeld van onze Monsieur Jacques door de toenmalige wethouder van cultuur mevrouw Nancy Zeelenberg onthuld. Sindsdien groeide het beeld uit tot een Rotterdams icoon. Zoals sommigen zelfs in het beeld van Zadkine aan de Leuvehaven een Rotterdammer zagen (“Het is net mijn baas, hij heeft geen hart in zijn lijf en zijn klauwen staan verkeerd”), zo herkende men in Monsieur Jacques het type Rotterdammer dat in die tijd in een geklede jas op zondagmiddag een wandeling door de binnenstad in opbouw maakte.
Of was het een klant die zojuist het gebouw van de Rotterdamsche Bank (later AMRO, ABN-AMRO, thans Fortis), dat het jaar tevoren was geopend, had verlaten en zich tot op heden, de hoed nog in de hand, in de eeuwige verstilling van zijn bronzen gestalte afvraagt of hij er goed aan heeft gedaan zijn geld aan deze bank toe te vertrouwen.
Jarenlang keek Monsieur Jacques uit over een vrijwel lege Coolsingel en zag de nieuwe stad uit de bouwputten om hem heen verrijzen. Tegenwoordig staat hij enigszins verscholen tussen de winkelpaviljoens en kan hij niet veel verder kijken dan zijn neus lang is.
Het beeld van Monsieur Jacques verscheen bij AFdH Uitgevers en kost € 19,50
Rotterdam Vandaag & Morgen, 13 november 2008
De nieuwe gratis weekkrant van Rotterdam. In 400 bakken te pakken.
7 oktober 2008
Joelen op het intiemste literaire festival
Scene uit de film Gaandeweg van Victor Vroegindeweij
Door DIANA CHIN-A-FAT
ROTTERDAM - Het tweedaagse Geen Daden Maar Woorden (GDMW) Festival in de Rotterdamse Schouwburg is het intiemste literaire festival van Nederland.
Gezeten op kussens op de grond waant de bezoeker zich heimelijk in de schouwburg na sluitingstijd.
In de foyer is het druk in een nagebouwd jazzcafé. Het publiek is gevarieerd en komt in groten getale voor Joost Zwagerman, Herman Koch, Arthur Japin, Renate Dorrestein, J. Bernlef, Ellen ten Damme en Ilja Leonard Pfeijffer.
GDMW onderscheidt zich van andere festivals door het produceren van eigen voorstellingen, waarin literatuur met andere kunstvormen wordt gecombineerd.
Zo werkte het Scapino Ballet dit jaar voor GDMW samen met dichter Daniël Dee voor de voorstelling Matter for a Poem. John Buijsman, geïnspireerd door de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski, liet zijn muziektheatervoorstelling BUK op GDMW in première gaan.
Bovendien gingen er dit jaar drie schrijversportretten in première. De jacht van Abdelkader Benali door Ronald Bos, Noli me Tangere van Jeroen Rozendaal over Jeroen Brouwers en Gaandeweg van Victor Vroegindeweij over zijn vader, de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij. Alledrie fascinerend, al maakte Gaandeweg de meeste indruk.
In de eerste scène wordt duidelijk dat Vroegindeweij jr. kiest voor een romantische benadering met een vleugje humor: een door de wind meegevoerde hoed die door zijn vader, als een eenzame cowboy, van de grond wordt opgeraapt en opgezet.
Tegenover indrukwekkend camerawerk, acteurs en zelfs wat subtiele computeranimaties vraagt een bijna kwetsbare Vroegindeweij, die doorgaans ongenaakbare Rotterdammer, zich in zijn tuintje af wat er nu terecht is gekomen van zijn droom om dichter te worden.
Het nostalgische Gaandeweg, met door Rien Vroegindeweij zelf voorgelezen dichtfragmenten, boeit van begin tot eind.
GDMW bewijst met deze filmportretten dat zelfs een literair festival het publiek kan laten joelen.
Door DIANA CHIN-A-FAT
ROTTERDAM - Het tweedaagse Geen Daden Maar Woorden (GDMW) Festival in de Rotterdamse Schouwburg is het intiemste literaire festival van Nederland.
Gezeten op kussens op de grond waant de bezoeker zich heimelijk in de schouwburg na sluitingstijd.
In de foyer is het druk in een nagebouwd jazzcafé. Het publiek is gevarieerd en komt in groten getale voor Joost Zwagerman, Herman Koch, Arthur Japin, Renate Dorrestein, J. Bernlef, Ellen ten Damme en Ilja Leonard Pfeijffer.
GDMW onderscheidt zich van andere festivals door het produceren van eigen voorstellingen, waarin literatuur met andere kunstvormen wordt gecombineerd.
Zo werkte het Scapino Ballet dit jaar voor GDMW samen met dichter Daniël Dee voor de voorstelling Matter for a Poem. John Buijsman, geïnspireerd door de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski, liet zijn muziektheatervoorstelling BUK op GDMW in première gaan.
Bovendien gingen er dit jaar drie schrijversportretten in première. De jacht van Abdelkader Benali door Ronald Bos, Noli me Tangere van Jeroen Rozendaal over Jeroen Brouwers en Gaandeweg van Victor Vroegindeweij over zijn vader, de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij. Alledrie fascinerend, al maakte Gaandeweg de meeste indruk.
In de eerste scène wordt duidelijk dat Vroegindeweij jr. kiest voor een romantische benadering met een vleugje humor: een door de wind meegevoerde hoed die door zijn vader, als een eenzame cowboy, van de grond wordt opgeraapt en opgezet.
Tegenover indrukwekkend camerawerk, acteurs en zelfs wat subtiele computeranimaties vraagt een bijna kwetsbare Vroegindeweij, die doorgaans ongenaakbare Rotterdammer, zich in zijn tuintje af wat er nu terecht is gekomen van zijn droom om dichter te worden.
Het nostalgische Gaandeweg, met door Rien Vroegindeweij zelf voorgelezen dichtfragmenten, boeit van begin tot eind.
GDMW bewijst met deze filmportretten dat zelfs een literair festival het publiek kan laten joelen.
3 oktober 2008
De abdicatie van de Koningin
Dat zich onlangs een nieuwe boekhandel in Rotterdam heeft gevestigd, is even zeldzaam als de geboorte van een ijsbeertje in Blijdorp. Er is vreugde en aandacht, maar tegelijkertijd moet voor de levensverwachting van de kleine worden gevreesd. Want babyijsbeertjes worden nog wel eens door hun moeder opgegeten.
Zo ongeveer heeft een grote boekwinkelketen de afgelopen decennia een aantal kleinere boekwinkels in deze stad verslonden. De nieuwe boekwinkel Balustrade zit hopelijk ver genoeg van het centrum om uit de klauwen van de grote beer te blijven. In de Grote Visserijstraat in Rotterdam-West, bekend van zijn winkels voor tweedehands haarden en koelkasten en waar een jaar geleden nog zo’n veertig drugspanden werden ontruimd, zal het moeilijk genoeg zijn om het hoofd boven water te houden. Een slijterij in Mekka zou het niet makkelijker hebben.
Er vinden meer veranderingen plaats in de boekenbranche van Rotterdam. Twee jaar geleden sloot boekhandel Van Buul aan de Meent zijn deuren, nadat de huur was opgezegd wegens de geplande uitbreiding van het Stadstimmerhuis. Al eerder had de Gemeente het jaarlijkse contract voor boeken, tijdschriften en losbladige abonnementen voor haar bestuurlijke en juridische Diensten, ingetrokken en bij een boekhandel in Eindhoven geplaatst. Het was de kurk waarop een aantal kleine boekhandels dreef.
Van Buul’s enige werknemer Arno Snoek begon onder zijn eigen naam een nieuwe boekwinkel aan de overkant van de straat. Vorig jaar werd de Rotterdamse Uitgeversbond opgericht en niet veel later werd door het tromgeroffel van de nieuwe generatie de Rotterdamse Boekverkopersbond uit een slaap van jaren gewekt.
Maar het grote nieuws is dat Maria Heiden haar boekwinkel aan de Oude Binnenweg heeft verkocht. “Voor een appel, niet eens met een ei er bij. Het belangrijkste is dat het een boekwinkel blijft, dat het geen broodjeszaak wordt of een spijkerbroekentent.”
Op een keer nam ze mij in vertrouwen, ze had een geheim te vertellen, maar ik mocht het tegen niemand zeggen. “Als ik het van een ander hoor, dan weet ik dat het van jou komt,” zei ze dreigend. En toen kwam het hoge woord er uit: de winkel kwam in andere handen, ze had twee ervaren boekverkoopsters bereid gevonden de zaak over te nemen.
Het geheim bleek ’s middags, toen ik in een tamelijk groot gezelschap verkeerde, reeds wijd en zijd bekend te zijn. Ik voelde me niet beschaamd dat ze mij in vertrouwen had genomen. Want ook dat was ‘Van Gennep’, een praathuis, een doorgeefluik voor nieuwtjes en al dan niet publieke geheimen. Ze was de vraagbaak voor buitenstaanders die iets over Rotterdam wilden weten en tevergeefs bij officiële instanties hadden aangeklopt.
Maria Heiden begon haar carrière als boekverkoopster in de pocketkelder van Donner aan de Korte Lijnbaan, waarvan de oud-directeur en eigenaar elk Nieuwjaar naar de zaak kwam om, als de balans was opgemaakt, het personeel in gebed voor te gaan, als een soort dankdag voor het boek.
In 1974 stak zij haar ouderlijke erfenis in een onderneming die leidde tot de Rotterdamse vestiging van Uitgeverij en Boekhandel van Gennep in Amsterdam. Daarmee kreeg de arbeidersstad zijn eerste ‘linkse’ boekhandel. Toen algemeen directeur Rob van Gennep in 1994 overleed, nam Maria Heiden Van Gennep Rotterdam over.
Door haar enthousiasme en activiteiten, als presentatrice van literaire bijeenkomsten en haar wekelijkse boekenprogramma op Radio Rijnmond, maar ook als schrijfster van korte verhalen en toneelstukken en niet in de laatste plaats door haar verschijning in en buiten haar winkel werd Van Gennep een begrip in de stad en verwierf zij de bijnaam van Koningin van de Binnenweg. Mede dankzij haar inspanningen werd het winkelgebied van de Oude Binnenweg opgewaardeerd. Bij wijze van beloning verhoogde het gemeentelijk woningbedrijf de huur van haar winkelpand met honderd procent.
Van Gennep blijft gelukkig bestaan, want met nog minder boekhandels zou Rotterdam zich niet langer een cultuurstad mogen noemen. Maar nu de abdicatie van de Koningin van de Binnenweg aanstaande is, heb ik het gevoel dat er een tijdperk wordt afgesloten.
NRC Handelsblad, Achterpagina, 1 oktober 2008
2 oktober 2008
Bladwijzer
Gelezen op een bladwijzer van uitgeverij d'Jonge Hond www.dejongehond.nl:
Outside of a dog, a book is a man's best friend.
Inside of a dog it's too dark to read
Groucho Marx
Outside of a dog, a book is a man's best friend.
Inside of a dog it's too dark to read
Groucho Marx
19 augustus 2008
Amsterdam
Hoe fraai ligt deze stad op de bodem van de zee verzonken,
de eeuwen in één rimpeling vergaan, een oude hoer die naar
de dagen van haar glorie taalt, een zeeman, grof, beschonken,
komt bak- en stuurboord in haar uitgewoonde stegen klaar.
Benauwde veste. Sodom en Gomorra samen op zijn wallen,
een wrak vol waterzucht, gezonken onder zijn eigen peil,
in het Paleis dat geen paleis is ruisen kleine watervallen
en in het koffiehuis gaan oude revolutionairen onder zeil.
Een dichter paait een portie roem bij zijn vrienden in 't café
en zwelt gasvormig op van modderpoel tot oceaan.
En tussen het wrakhout van platbodems en galjoenen staan
burgers en zwervers, drenkelingen in de onmetelijke zee,
verkrachters en moordenaars en al het bezopen schorem
naar adem te happen tegen het glas van dit groots aquarium.
de eeuwen in één rimpeling vergaan, een oude hoer die naar
de dagen van haar glorie taalt, een zeeman, grof, beschonken,
komt bak- en stuurboord in haar uitgewoonde stegen klaar.
Benauwde veste. Sodom en Gomorra samen op zijn wallen,
een wrak vol waterzucht, gezonken onder zijn eigen peil,
in het Paleis dat geen paleis is ruisen kleine watervallen
en in het koffiehuis gaan oude revolutionairen onder zeil.
Een dichter paait een portie roem bij zijn vrienden in 't café
en zwelt gasvormig op van modderpoel tot oceaan.
En tussen het wrakhout van platbodems en galjoenen staan
burgers en zwervers, drenkelingen in de onmetelijke zee,
verkrachters en moordenaars en al het bezopen schorem
naar adem te happen tegen het glas van dit groots aquarium.
7 augustus 2008
Thuiskomen
Drie weken zaten we op een heuvel in Normandië, in een prachtig van alle comfort voorzien huis. Het was het huis van vrienden die zelf op vakantie in Italië waren. We hadden het op ons genomen om het huis te bewaken en de tuin bij te houden. Vooral de moestuin vroeg veel aandacht. Wieden en sproeien, want het was droog weer. Als beloning voor het werk plukten we aardbeien, sla en sjalotten, allerlei heerlijke kruiden en trokken de jonge kroten uit de grond. Helaas waren nog niet alle gewassen en vruchten rijp.
Mooi weer, mooie omgeving. Af en toe hoorde je een landbouwwerktuig voorbij ratelen. Maar meestal kon je de stilte horen. Helemaal stil is het natuurlijk nooit en nergens. Je hoort altijd wel wat. Het zoemen van de bijen in de lavendel, de wind in de bomen, de koeien in het naburige weiland.
Af en toe liet zo’n koebeest een scheet van heb ik jou daar of loeide er eentje wat in het wilde weg en vroeg je je af wat er nu precies te loeien viel.’s Avonds keerde de kudde terug naar de stal en hoorde je ze grazen. Het leek wel zagen zoals die dikke tongen het gras pakten en afsneden. Mooie dieren, die koeien, maar als je geen slager bent, raakt je er toch gauw op uitgekeken.
Op de boerderij een paar honderd meter verderop was dit voorjaar een volautomatische melkmachine geïnstalleerd. Wie nog romantische gevoelens over het platteland en het boerenbedrijf koesterde, moest hier niet zijn. Zelf herinner ik me nog wel het beeld van de blozende boerendochter die op een krukje gezeten en half tegen het warme koeienlijf geleund met soepele en krachtige handbewegingen de spenen hanteerde, zodat de melk met dunne doch krachtige stralen in de emmer spoot die ze tussen haar stevige dijen geklemd hield.
Een melkmachine is een melkmeid maar dan van metaal, rubber, kunststof en nog wat materialen en uiteraard veel elektronica. Een robot die voor niets en niemand bloost. De koe wil gemolken worden, schuift aan en laat de machine zijn werk doen. Een metalen arm schuift onder het beest en zoekt de uier, spuit een desinfecterend middel om de boel schoon te maken en dan beginnen de censoren een voor een de spenen te zoeken en kan het melken beginnen. Zo gepiept. Ondertussen registreert de computer de gegevens van de koe, naam, geboortedatum, gewicht, hoeveelheid melk, etc.
Een fascinerend gezicht. Voor één, hooguit twee keer. Dan heb je het wel gezien. Nee, geef mij maar die melkmeid van vroeger. Ik weet eigenlijk niet of ze echt bloosde, maar dat hoorde je er bij te zeggen, dat ze bloosde. Ze kreeg natuurlijk geen rode konen van schaamte, maar van inspanning. Want waarvoor had ze zich moeten schamen. Een melkmachine wordt niet moe, al was deze wel al een paar keer van slag geweest en moesten er programmeurs uit de stad komen voor een reset en een update. Maar dat heb je overal.
Toen we thuiskwamen bleek onze fietstrommel van een elektronisch slot te zijn voorzien. Daar konden we dus niet in. Pas toen de buren thuis waren kon ik mijn fiets pakken. Maar toen zag ik dat ik hem voor de vakantie met een lekke band had weggezet omdat de plakspullen op waren.
Ik was weer thuis. Op de Maasboulevard had ik me nog even laten inpalmen door de skyline. De krijtrotsen van Engeland, de besneeuwde toppen van de Himalaya, de meren van Zwitserland en noem nog maar een paar schitterende uitzichten, er gaat toch niets boven de skaailaain van Rotterdam. De dynamiek straalde er van af.
Of was het een luchtspiegeling, een fata morgana?
Want waar kon je in deze dynamische stad ook al weer je band laten plakken? Ik stond er bij en keek er naar, naar m’n lekke band en met de elektronische sleutel van de buren in mijn hand en had even het gevoel dat ik nooit meer gemolken zou worden.
Rotterdam Punt Uit nr. 4 aug./sept 2008
25 juli 2008
Zeeuws landschap
Duiveland
Het land ligt groen onder blauwe luchten
met stroken geel en soms een vleugje rood
en in de stilte van de dorpen en gehuchten
vreest men de rampspoed, tijden van nood.
Want de stromen mogen bedwongen zijn,
de dammen en dijken sterk en hoog gelegen,
de ziel van dit land ligt onder de waterlijn
en dwaalt in de duisternis van Gods wegen.
Maar in de zware kerken wordt nog gebeden
voor ’t gewas (of het een mooie prijs zal geven)
en zonden worden per gemet vergeven.
Of is het Satan die met de duivelse streken
van zijn kleurpalet de groene schijn doet leven
en wordt de gifspuit steeds vaker uitgereden?
Abonneren op:
Posts (Atom)
